Vloerverwarming resulteert voor de volle honderd procent in stralingswarmte. Hierdoor blijft de relatieve luchtvochtigheid in de verwarmde ruimte op peil; Bij deze verwarmingsmethode zijn minder hoge keteltemperaturen vereist. Ze is dus energiezuinig; Je kan ramen en wanden volledig benutten; Op deze manier bespaar je veel ruimte; Vloerverwarming doet geen stof opwaaien; Onderhoud is vrijwel onnodig.
Wat is inertie?
De materialen waaruit een woning is opgebouwd, kunnen warmte opslaan. Deze eigenschap wordt de inertie of warmte-opslagcapaciteit van een bouwmateriaal genoemd. Het is interessant om van deze inertie gebruik te maken. Overdag slaan massieve muren (baksteen, kalkzandsteen, leemblokken, ...) en stenen vloeren (natuursteen, gebakken tegels, …) warmte op. Dit gebeurt door rechtstreekse zonnestralen die op de muur vallen maar ook door de zonnewarmte die door de ramen binnekomt. Deze warmte wordt tijdelijk in de muren en vloeren opgeslagen. Deze warmte wordt dan 's avonds, wanneer de buitentemperatuur is gezakt, op een vertraagde manier afgegeven. Zo blijft het overdag koeler in de zomer en wordt 's avonds de kilte gebroken. Massieve muren en stenen vloeren houden warmte beter vast waardoor de woning in de winter minder vlug afkoelt. Door de warmte-opslagcapaciteit van massieve muren en stenen vloeren schommelt de temperatuur binnen in de woning minder dan aan de buitenzijde. Dit draagt bij tot een aangenamer binnenklimaat, maar het kan ook een besparing betekenen voor je energiefactuur. Het gebruik maken van de inertie van bouwmaterialen betekent niet dat je een massieve muur niet moet isoleren! Zelfs de zogenaamde isolerende stenen moeten nog geïsoleerd worden, wil je in de winter geen grote warmteverliezen hebben naar buiten toe. Isoleren betekent wel dat de warmteregulerende werking wordt verminderd. De muur warmt immers trager op door rechtsreekse zonnestralen. Dat is geen reden om niet te isoleren. Door de vensters komt voldoende zonnewarmte binnen die de mureen en vloeren kunnen opslaan.